Beheer: akkerlandbeheer

Akkervogels hebben drie basisbehoeften: (1) veilige broedgelegenheid en dekking, (2) toegang tot zomervoedsel in de nabijheid van het nest en (3) wintervoedsel. Met een betere inrichting en een beter akkerlandbeheer kunnen we hierin voorzien. 

Hieronder worden handvatten aangereikt voor het bieden van voldoende dekking en zomervoedsel, voor de volledigheid zie factsheets akkervogels voor specifieke informatie per akkervogel of per beheervorm.

  • Leg meerjarige, ruige, grasachtige randen aan langs akkers en graslanden. Maak de randen zo breed mogelijk (>10 m). Smallere randen bevorderen predatie. Is er weinig begroeiing die dekking biedt? Leg dan struwelen aan met bijvoorbeeld sleedoorn, meidoorn, liguster of hondsroos. Het is vooral zinvol om ze aan te leggen op plekken waar weinig grasachtige randen of overhoekjes aanwezig zijn. Om kruiden een kans te geven, moet de grasrand extensief beheerd worden. Pas dus geen bemesting en geen gewasbeschermingsmiddelen toe.
  • Wees terughoudend met herbiciden en insecticiden en/of gebruik selectieve middelen. Laat de buitenste randen van gewassen, waar opbrengsten toch al vaak lager zijn, onbespoten, zodat kruiden en insecten er kunnen overleven.
  • Neem van april t/m augustus een rustperiode in acht: pleeg dan geen onderhoud aan houtwallen, struwelen en heggen en vermijd het maaien van bermen, greppels, taluds en stroken met ruige vegetaties.
  • Laat bij het maaien van bermen, greppels, taluds en stroken altijd tenminste 15-30% van de oppervlakte ongemaaid, zodat zich daar een ruigere vegetatie kan ontwikkelen waarin geelgorzen kunnen nestelen.
  • Vervang veel voorkomende gewassen (zoals wintergranen, maïs, aardappel) deels door zomergranen zodat een rijker mozaïek aan gewassen aanwezig is. Dit is alleen zinvol in open akkerland op meer dan 200 meter afstand van wegen en bebouwing.
  • Stel het maaien van de eerste snede in grasland waarin veldleeuweriken broeden uit tot circa 25 mei. Hanteer als maai interval tussen volgende snedes circa 45 dagen. Veldleeuweriken hebben zo voldoende tijd een nest uit te broeden en de jongen vliegvlug te krijgen. Gebruik na 1 april geen sleepslangen om (graan)akkers te bemesten waarin veldleeuweriken broeden.
Gerelateerde artikelen