Beheer: overwinteren

Een van de belangrijke voorwaarden om jaarrond een goed leefgebied te bieden aan akkervogels is de beschikbaarheid van wintervoedsel. Soorten zoals patrijs, kwartel en een deel van de veldleeuweriken overwinteren in Nederland. 

Hieronder staan wat praktische tips om op een goede manier wintervoedsel aan te bieden. Voor de volledigheid zie factsheets akkervogels voor specifieke informatie per akkervogel of per beheervorm.

  • Leg een wintervoedselveldje aan; houd een oppervlak aan van minimaal 1 hectare. Zorg voor een onkruidvrij zaaibed. Het is raadzaam vóór inzaai een of meer keren een vals zaaibed te maken. Zaai een zomergraangewas (tarwe, haver, gerst of een mengsel van granen) of een gewas dat oliehoudende zaden produceert. Zomergranen kunnen vanaf half maart tot begin mei worden ingezaaid; oliegewassen pas vanaf begin mei, want ze zijn vorstgevoelig. Als het perceel in ‘normaal’ landbouwkundig gebruik is geweest, is bemesting niet nodig. Is het perceel lang niet bemest geweest, dan is een matige stikstofbemesting (ca. 50 kg N/ha) wenselijk. In te voedselarme omstandigheden komt van de wintervoedselgewassen anders weinig terecht.
  • Laat een graanakker geheel of gedeeltelijk on- geoogst. Het graan dient dan als voedsel voor geelgorzen in de winter. Leg deze wintervoedselveldjes alleen aan naast bomen, struwelen of hagen, waarin geelgorzen bij gevaar (sperwer!) dekking kunnen zoeken.
  • Zorg voor overwinterende graanstoppels of stoppels van andere gewassen. Wacht tot minimaal half maart met het onderwerken van deze stoppels. Laat stoppels van granen en andere gewassen zo lang mogelijk onbewerkt. Hierdoor blijven zaden aan de oppervlakte beschikbaar. In graanstoppels kan zich ook nog een onkruidvegetatie ontwikkelen, waar extra voedsel te vinden is voor overwinterende akkervogels.

 

Gerelateerde artikelen