Witte kwikstaart

De witte kwikstaart is een van de meest algemene broedvogels van Nederland. Vooral op het platteland te vinden. Op erven maar ook tussen de poten van koeien, paarden en schapen in de hoop dat die insecten of larven omhoog duwen. De witte kwikstaart beweegt voortdurend zijn staartje op en neer. Broeden doen ze in schuren, nissen, onder dakpannen, maar ook in slootkanten en in de zeereep. Meestal in de menselijke omgeving.

Herkenning

Lengte: 16,5 - 19 cm
Spanwijdte:

Zwart-wit met witte vleugelstrepen en zwarte keel in prachtkleed. Het vrouwtje is minder uitgesproken zwart-wit getekend. De witte kwikstaart heeft een lange staart die voortdurend heen en weer wordt bewogen. Jonge vogels zijn valer en hebben veel wit op de kop. Man van de rouwkwikstaart heeft een zwarte rug die overgaat in zwarte kopkap; in andere kleden te herkennen aan zwarte stuit en donkergrijze flanken en meer wit in de vleugel. Diepe golvende vlucht.

Geluid

Meest gebruikte roep een schel, "tsi-tsick!" In territorium een vloeiend "tsji-liét". Kan ook langdurig en gevarieerd zingen.

Broedperiode/kuikenperiode

Broedt van april - augustus. Heeft 1 à 2 nesten per jaar met meestal 4-6 eieren. Broedduur: 12-14 dagen. Nestelt vooral op het platteland, vaak op huizen, schuren of onder bruggen. De jongen zitten zo'n 13-14 dagen op het nest. Ze worden na het uitvliegen zo'n 4-7 dagen nog gevoerd door de ouders.

Broedgebied

Broeden doen ze in schuren, nissen, onder dakpannen, maar ook in slootkanten en in de zeereep. Meestal in de menselijke omgeving. Tijdens broedtijd hebben ze een voorkeur voor het kleinschalig cultuurlandschap.

Aankomstperiode

Vertrekperiode

.

Vogeltrek

Nederlandse witte kwikstaarten trekken van half september tot eind november in zuidwestelijke richting via het Iberisch schiereiland naar Marokko. Doortrekkers te zien in het hele land vanaf eind februari tot eind april, en in het najaar van half september tot half november. In maart keren de witte kwikstaarten massaal terug. Dan te zien op drassige weilanden, daarna heeft elke boerderij zijn eigen paar. Als overwinteraar schaars tijdens zachte winters.

 


Het kennisnest is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met (kennis)partners