Gele kwikstaart

Gele kwikstaarten hebben een voorkeur voor open landbouwgebieden. 'Gele kwikken' wippen de staart regelmatig met felle schokkende bewegingen op en neer. Gele kwikstaarten hebben een onstuimige balts, met trillende veren fladdert het mannetje boven het vrouwtje of loopt steeds rondjes om haar heen.

Herkenning

Lengte: 15 - 16 cm
Spanwijdte:

Man gele kwikstaart heeft een duidelijke gele keel en borst in prachtkleed. Blauwgrijze kop met brede witte wenkbrauwstreep, gele onderdelen en olijfgroene bovendelen. Spitse snavel van een insecteneter en een 'kwikkende' staart. Heeft een kenmerkende korte roep die hij in de vlucht laat horen.

Geluid

Hoog, enkelvoudig, oplopend tswie. Zang een triller.

Broedperiode/kuikenperiode

Broedt van eind april tot in juli. Heeft meestal 1-2 legsels met meestal 4-6 eieren. Broedduur: 12-14 dagen. De gele kwikstaart maakt zijn nest op de goed verstopt op de grond. De jongen blijven 10-13 dagen op het nest. Daarna kunnen ze binnen enkele dagen goed vliegen.

Broedgebied

De meeste gele kwikstaarten broeden in boerenland; hooiland en weiland, maar vooral akkers. Hoge dichtheden bevinden zich in gemengde gebieden en in bollenvelden. Vaak foeragerend te vinden op weilanden met schapen, koeien en paarden.

Aankomstperiode

Vertrekperiode

Vogeltrek

Gele kwikstaarten trekken in zuidelijke tot zuidwestelijke richting weg om via Frankrijk en het Iberisch Schiereiland naar Afrika te vliegen. De meeste gele kwikstaarten overwinteren in het Sahelgebied. Doortrekkers in Nederland zijn te zien vanaf eind maart tot in mei, in het najaar vanaf half augustus tot eind september. Gele kwikstaarten trekken overdag in groepen.


Het kennisnest is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met (kennis)partners