Kievit

De kievit is een van de meest kenmerkende (weide-)vogelsoorten van ons land. Hij is onmiskenbaar met zijn kuif, zijn zwart-witte kleed en zijn unieke, opvallend brede vleugels. Deze spelen in de baltsvlucht een belangrijke rol, waarbij de kievitman spectaculaire buitelingen maakt en de zwart-witte ondervleugels van ver zichtbaar zijn. Aan de 'zang' die hij dan laat horen heeft de kievit zijn naam te danken. Ook de vleugels maken een opvallend geluid.

Herkenning

Lengte: 28 - 31 cm
Spanwijdte: 82 - 87 cm

Onmiskenbaar. Zwart-witte onderzijde, opvallende kuif, brede vleugels. Op rug mooie groene en paarse metaalglans. Vrouwtje minder contrastrijk getekend en gekleurd en een kortere kuif. Heeft ook iets spitsere vleugels dan het mannetje. Buiten broedtijd lijken geslachten sterk op elkaar en heeft de kievit een lichte keel.

Geluid

Snijdend en scherp. Aan de 'zang' die de kievit laat horen, heeft hij zijn naam te danken. Ook de vleugels maken een opvallend geluid.

Broedperiode/kuikenperiode

Territoriaal, vaak semi-koloniaal. Man heeft soms meerdere vrouwtjes. Nest een kuiltje in de grond, bekleed met strootjes. Eileg van begin maart tot in juni, piek eind maart tot begin mei. Eén tot twee broedsels per jaar, meestal 4 eieren. Vooral het vrouwtje broedt. Broedduur 26-29 dagen. Jongen (nestvlieders) zijn met 35-40 dagen vliegvlug. Verdedigen nest met verve tegen belagers, waardoor andere soorten graag onder de beschermende paraplu broeden.

Broedgebied

Kieviten broeden liefst op vochtige graslanden met een korte (grazige) vegetatie. Ook broeden ze vaak op maispercelen; aangrenzende vochtige graslanden zijn dan nodig om voedsel te zoeken. Als een legsel mislukt, proberen ze het later vaak nogmaals. De eieren van het 1e legsel zijn groter en geven de jongen die eruit komen een grotere overlevingskans. Door het vroege broeden loopt het kievitsnest minder risico op (uit)maaien en vertrapping door vee. Wel zijn ze erg kwetsbaar voor bemesten, rollen en slepen (grasland) of ploegen en zaaibed maken (bouwland). Kievitkuikens zijn vliegvlug na 35-40 dagen.

Aankomstperiode

Vertrekperiode

Vogeltrek

De najaarstrek start vanaf september. Rond deze tijd arriveren ook kieviten uit de landen ten noordoosten van ons. Ze vormen gezamenlijke groepen die de vorstgrens zullen volgen. Noordelijke delen van omvangrijk broedgebied worden geheel verlaten. Korte en middellange afstandstrekker, pendelt heen en weer met vorstgrens. In zachte winters overwinteren grote aantallen in ons land. Bij vorst trekken veel kieviten naar Engeland en Frankrijk. Noordelijkste broedvogels trekken tot in Noord-Afrika. Trekt al in mei, dit zijn mislukte broedvogels. Meeste trek in oktober-november, in het voorjaar in februari en vooral maart. Bij terugkomst zoeken ze vochtig grasland en akkers op. Trekt over een breed front, zowel 's nachts als overdag.

 

 


Het kennisnest is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met (kennis)partners