In gesprek met:
Marten Dijkstra en de broers Wopke en Meinte van der Meulen





Gelukkig weer weidevogels

Wopke en Meinte van der Meulen hebben een gangbaar melkveebedrijf in Smalle Ee met 30 melkkoeien en 35 schapen. In totaal gebruiken zij 45 ha land waarvan de helft in natuurbeheer bij It Fryske Gea: kruidenrijk grasland en botanisch beheer, randenbeheer en legselbeheer (maaien na 1 juni). Ze gebruiken geen kunstmest en voeren alleen krachtvoer bij aan de vaarzen. Zij zijn vandaag te gast bij het melkveebedrijf De Skâns in Aldeboarn van Marten en Linda Dijkstra. Dit is een biologisch melkveebedrijf met kinderopvang. Op het bedrijf van Marten is agrarisch natuurbeheer een wezenlijk onderdeel in de bedrijfsvoering. Daarnaast is Marten bestuurslid bij het collectief It Lege Midden.

Vraag is; ‘Wat kunnen Wopke en Meinte nog meer doen in het beheer ten gunste van de weidevogels?’


Deel het gesprek tussen Marten Dijkstra en de broers Wopke en Meinte van der Meulen

 

 

Plas-dras voor de pullen

Marten heeft op een  deel van zijn gronden plas–dras. Dit is goed in te passen in de bedrijfsvoering, omdat hij voldoende spreiding heeft in de gronden en kan variëren in de maaidata. Het is tien jaar geleden dat zijn ouders volledig wilden stoppen met agrarisch beheer. Maar de knop ging om, het aantal hectares in natuurbeheer is van 40 ha naar 10 ha afgenomen en de zwaarte van de pakketten daarentegen verhoogd. Het natuurbeheer bestaat uit weidevogelbeheer en natte dooradering. Op het deel dat bestaat uit plas-dras, zorgen twee plas-draspompen op zonnepanelen voor voldoende water op het land.

 

De broers Van der Meulen zijn erg enthousiast over een project dat zij samen met It Fryske Gea en Wetterskip Fryslân uitvoeren. Een deel van het land heeft hogere peilen. Afhankelijk van de uit te voeren werkzaamheden en het weer kan zelfstandig het peil met stuwen worden beheerd. “Als we mest willen uitrijden kunnen we het peil tijdelijk verlagen en andersom, als het droog is stuwen we het peil op. Op deze manier is de grondwatersituatie op het land een langere periode optimaal voor de weidevogels. We zien nu weer veel meer pullen, door de beschikbaarheid van voedsel.”  

 

Marten vraagt Wopke en Meinte of ze overwegen om een plas-dras aan te leggen in het kruidenrijke grasland? Wopke en Meinte hebben in een natte hoek drie jaar geleden een eilandje aangelegd in het kader van weidevogelbeheer. Daarnaast geeft Wopke aan dat ook zij tijdelijk een plas-dras situatie creëren  rondom de greppels. Bij het collectief It Lege Midden is een pakket plas-dras voor de steltlopers waar zij graag in de toekomst mee willen werken.

 

Perceeldiversiteit goed voor de weidevogels

Marten past het beheer van zijn grond aan op de verschillende fasen van de weidevogels in het broedseizoen. In het begin van het seizoen houdt hij het land nat; dat zorgt ervoor dat voedsel voor de vogels volop beschikbaar is. Zodra vogels gaan nestelen zorgt hij dat het gras niet te lang is, zijn er echter kuikens dan maait hij niet zodat er hoog gras is. Hij houdt het land wel open. Tip: pas extensief weiden toe en zorg voor afwisseling. “Door deze afwisseling en toegepast beheer in het landgebruik kunnen we veel bieden voor de weidevogels,” vertelt Marten enthousiast.

 

Melkkoeien die wat kunnen met structuurrijk voer

Beide bedrijven melken koeien die qua ras anders zijn dan gangbaar. Zo werken de broers met het ras Lakenvelders en Marten met  het ras Fries Holland die van nature meer weerstand hebben. Ze kiezen voor deze rassen omdat ze beter met het structuurrijk voer kunnen verdragen. Door agrarisch natuurbeheer volledig te integreren in de bedrijfsvoering ontstaat een divers bedrijf met een hoge biodiversiteit. Voor Marten blijft het uitbreiden van de mogelijkheden een echte uitdaging. De keuze om het bedrijf om te schakelen naar biologisch past hier bij. Hij levert nu melk aan Henry Willig die een niche markt bedient met bijzondere kaas die wordt geleverd aan diverse winkels in Amsterdam. Voor de broers is het vooral het prettige werken en het genieten van de vogelgeluiden, zoals het nu gaat, de drijfveer.

 

2017 goed weidevogeljaar

Gelukkig kijken de ondernemers terug op het resultaat van 2017: het was een  goed weidevogeljaar. Op beide bedrijven zijn er meer nesten geteld door de vogelwacht en meer pullen groot geworden. Marten geeft aan dat hij diverse maatregelen neemt om het voor predatoren minder makkelijk te maken. Zo weidt hij altijd voor voordat hij gaat maaien om te zorgen dat de eerste snede niet te zwaar is. En zorgt hij voor diverse lengtes. Een niet te lang gewas is beter voor de weidevogels en een lang maar open gewas voor de pullen. Met name de diversiteit maakt de grond geschikt voor weidevogels. De mozaïekbeheerder wees Marten op de aanwezigheid van de vos. Op drie toegangswegen naar het land heeft Marten in het looppad van de vos drie hekken voorzien van schrikdraad om de 10 cm. Dit maakt het voor de vos minder makkelijk om op jacht te gaan. Ook heeft Marten bomen verwijderd, om te voorkomen dat buizerds deze bomen gebruikten als uitkijkpost en zo de predatiedruk lokaal verhoogde.

 

Goede afspraken met derden

Naast de vos zijn ook de marters, wezels en roeken behoorlijke jagers. “Wij hebben als landbouw niet alleen de verantwoordelijkheid” zegt Marten. “Ook de gemeente zou meer aandacht aan het beheer kunnen besteden. Na de kap van bomen laten ze veelal houtstapels liggen in het veld waar dit soort rovers (marters en wezels) zich schuil kunnen houden: dat is dus niet handig. Het is vaak gebrek aan kennis. Door met hen in gesprek te gaan kunnen we wellicht meer bereiken.” Zo is Marten ook zeer te spreken over de goede samenwerking met de loonwerker die inmiddels heel goed weet op welke wijze Marten zijn bedrijf wil beheren. En de broers zijn heel tevreden over de samenwerking met It Fryske Gea, al ligt er nog wel een kans om ook inhoudelijk met hen te hebben over de boerenlandvogel. “Als je wilt gaan voor de weidevogel dan betekent dit een open landschap, hoog peilbeheer en mozaïek beheer, dit moeten we ook vertellen aan de burger!” aldus Marten.

 

In dialoog met (keten)partijen, burgers en collega-boeren

De ondernemers zijn het met elkaar eens: als sector hebben zij de afgelopen vijftig jaar aan de burger het verhaal van de boer onvoldoende verteld. Zij erkennen dat zij hierin zelf ook een rol hebben. Marten is enthousiast over de combinatie met de kinderopvang op het bedrijf waardoor er meer burgers dagelijks over de vloer komen. Wopke: “Boeren leren vooral van elkaar. Het platform Slimme Vogels kan dit stimuleren door publiciteit, inspirerende voorbeelden van anderen en kijken bij elkaar. Door zichtbaar te maken wat de zorg voor boerenlandvogels oplevert in maatschappelijke waardering en euro’s voor het bedrijf kunnen positieve prikkels worden gegeven.”

Voor Marten, Meinte en Wopke zijn deze positieve prikkels ook gewoon het genieten van de vogelgeluiden. Je wordt enthousiast als je resultaat ziet. Marten: “Zorg voor boerenlandvogels moet je eerst op de agenda krijgen. Pas daarna komt het vanuit de intrinsieke motivatie en gaan ondernemers zelf op zoek naar passende mogelijkheden. Het is belangrijk om de dialoog aan te gaan met partners en burgers”.

 

Deel het gesprek tussen Marten Dijkstra en de broers Wopke en Meinte van der Meulen